transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Wetsvoorstel 'transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden'

April 2022 Wetsvoorstel - De Kamer debatteert over een wetsvoorstel waarmee minister van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) een EU-richtlijn over transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in Nederlandse wetgeving vastlegt.

De Europese richtlijn bepaalt onder andere dat werkgevers niet van werknemers mogen vragen om vaak op onvoorspelbare momenten te werken. Een werkgever mag de kosten van wettelijk verplichte opleidingen niet verhalen op de werknemer en moet de werknemer in staat stellen om een opleiding onder werktijd te voltooien. Ook mag een werkgever een werknemer niet belemmeren om buiten het werkrooster voor een andere werkgever te werken.

Smals (VVD) is blij met de "zuivere manier" waarop de minister de Europese richtlijn heeft vertaald in een Nederlandse wet. Er is naar zijn mening terecht voor gekozen om er geen "onnodige wetgeving bovenop te zetten".

 

Voorspelbaarheid

Een belangrijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Zo omschrijft minister Van Gennip het feit dat werkgevers voortaan werknemers niet kunnen verplichten tot werk als er sprake is van een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon.

Van Beukering (D66) wil het voorstel aanscherpen: ook als een deel van de uren onvoorspelbaar is, zouden werkgevers hun werknemers niet kunnen verplichten tot werk. Daar is de minister niet voor. Zij heeft de richtlijn zuiver willen implementeren, zodat de situatie in Nederland vergelijkbaar is met die in andere Europese landen.

 

Andere werkgever

Volgens het wetsvoorstel mag een werkgever een werknemer niet verbieden om ook voor een andere werkgever te werken, tenzij hij daar "objectieve gronden" voor aanvoert. Maatoug (GroenLinks) wil dat vooraf duidelijk wordt gemaakt wat die objectieve gronden zijn. Met Kathmann (PvdA) vindt zij dat een werkgever werken bij een andere werkgever alleen mag verbieden bij "zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen".

Van Gennip wijst erop dat "objectieve gronden" een zware toets voor de werkgever is. Zo kan de bescherming van bedrijfsbelangen een argument zijn om een werknemer te verbieden om ook bij een andere werkgever te werken. Met het voorstel om te kiezen voor "zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen" wordt de toets volgens de minister smaller. Argumenten als de gezondheid of de veiligheid van de werknemer vallen daar bijvoorbeeld niet onder.

 

Europa

De Jong (PVV) is tegen het wetsvoorstel, want de Europese Commissie "heeft zich niet te bemoeien" met onze wet- en regelgeving over sociale zekerheid en arbeidsmarkt.

De Kamer stemt op 19 april over het wetsvoorstel en de tijdens het debat ingediende moties.

Laat ons u terugbellen